Eetproblemen

Ervaring van Iris

HOE HET BEGON…

BOTERHAMMEN WEGGOOIEN

En opeens, ik denk dat ik een jaar of 15 was, ging ik boterhammen weggooien. De karnemelk, die ik dag in dag uit nam sloeg ik ook over. Voor ik het mij kon bedenken at ik helemaal geen boterhammen meer. Tevens probeerde ik zoveel mogelijk van het avondeten thuis te laten liggen. Het enige waar ik mij mee voedde op een gegeven moment was bouillon. Ik viel kilo’s af, maar ging hier niet zo ver in door als ik gehoopt had. Een klein jaar na het begin van mijn eetprobleem had ik namelijk eetbuien. Eetbuien, die bestonden uit het zoveel mogelijk innemen van voedsel, voornamelijk zoetigheid. Braken kon ik niet, dus bestond mijn compensatiemechanisme uit vasten en sporten. Veel sporten. Ik liep hard, fietste en ging naar de sportschool. Ik denk dat het in die tijd mijn enige echte bezigheid buiten school was.
Ook al was een eetbui voor mij op gegeven moment een bijna dagelijks terugkerend ritueel, toch wist ik dat dit niet normaal was. Niemand van mijn klas, zover ik wist, propte zich toch elke dag vol met zoveel mogelijk eten totdat hij/zij niet eens meer kon lopen?

NOG NIET KLAAR VOOR THERAPIE

Toen ik net 17 jaar was luidde ik dan ook de noodklok. Ik ging in therapie. Helaas bleek de hulp van de psychotherapeut niet bij mij binnen te komen. Ik wilde niet veranderen, of kon het niet. Dat gevoel had ik wel een half jaar later, toen ik net in de 6e klas van het Gymnasium zat. Ik wilde ineens niet meer naar school. Nee, ik wilde eerst mijn eetprobleem oplossen alvorens verder te gaan met wat dan ook in mijn leven. Derhalve bleef ik weken thuis en deed niets aan school, iets wat voor mij als immer vlijtige leerling een ver van mijn bed show was. Gelukkig greep mijn conrector in, en rondde ik binnen twee jaar mijn Gymnasium af met mooie resultaten.
Hoewel ik trots was en ijverig startte met mijn studie Psychologie, veranderde er in mijn eetpatroon niets. Ook het gegeven dat ik op mijn 19e jaar al twee jaar een vriend had en ik verder voldoende vriendinnen had om mij heen, veranderde niets in mijn eetprobleem. Tevens had een half jaar Australië op mijn 23e geen enkele invloed op mijn eetpatroon. Sterker nog, ik kwam zo’n tien kilo lichter terug uit Australië en zag er met 47 kilo en 1.74 meter uit als een lijk. Nadien kwam ik gelukkig wel aan door de eetbuien die ik in Nederland weer meer kon hebben.

PIJN & BLESSURES

Het was echter een hardloopblessure op mijn 27e waardoor ik uiteindelijk op mijn dieptepunt belandde. Ik moest eigenlijk rust nemen voor een paar maanden. Rust. Dat woord bestond niet in mijn leven. Derhalve ging ik gewoon door met hardlopen, met als gevolg dat ik mijn been steeds meer beschadigde. Ik kon op gegeven moment helemaal niet meer sporten. Zwemmen en fietsen, de twee alternatieven van hardlopen en minder pijnlijk, lukten mij intussen ook niet meer. Het enige wat ik in de zomer van 2012, ik was toen 29 jaar, alleen nog kon qua beweging was vijf minuten fietsen naar de supermarkt en korte stukjes wandelen. Zelfs bij mijn werk als psycholoog ging ik steeds vaker thuiswerken, puur omdat de reis met de trein erheen te pijnlijk was.
Ondertussen at ik ook steeds minder, aangezien ik uiteraard wist dat ik al dat eten niet kon compenseren. Ik voelde mij verschrikkelijk. Somber. Maar wat moest ik doen?

DE KNOP MOET OM: WEER NORMAAL LEREN ETEN

In juli 2012 besloot ik dat behandeling voor mijn eetprobleem de enige mogelijkheid was op een fijner leven. Ik meldde mij aan bij Novarum. Zoals verwacht startte ik met de ambulante behandeling. Het feit dat ik een goede baan had als psycholoog en voldoende vrienden had waren daarbij doorslaggevende factoren. Na twee maanden bleek er echter niets veranderd in mijn eetpatroon en was een andere aanpak nodig. De kliniek kwam ook ter sprake. De kliniek? Ik ging toch niet de kliniek in met mijn goede verstand en goede baan? Alles op een rij zettende kwam ik er echter in december 2012 op uit dat ik geen andere keus had dan de kliniek, wilde ik daadwerkelijk mijn hardnekkige eetpatroon en vastgeroeste leven veranderen.
Aldus startte ik half februari 2013, ik was net 30 jaar, mijn behandeling in de kliniek van Novarum. Tja, hoe heb ik die periode ervaren? Ik kon mij meestal goed houden aan het eetpatroon en vond de groep fijn.

Het meest lastige, en tegelijkertijd meest boeiende aspect waar ik mij gaandeweg steeds meer mee bezig ging houden in de kliniek, was mijn persoonlijkheid. Hoe langer ik normaler ging eten, hoe vaker er persoonlijkheidstrekjes naar boven kwamen die ik nog niet kende en vervelend vond van mijzelf. Zo kon ik vrij star zijn. Gezag vond ik bovendien maar iets geks. Ook bleek ik veel perfectionistischer dan ik had gedacht.  Welnu, wat moest ik daarmee? Ik ging toch naar een eetkliniek om normaal te leren eten maar toch niet om mijn persoonlijkheid te ontrafelen?

TROTS OP MIJN LICHAAM

Jawel, ik kon na twintig weken zeggen dat ik normaal heb leren eten. Ik kon nu ook gewoon een handje chips nemen zonder de hele zak soldaat te maken. Tevens keek ik nu uit naar een lunchafspraak in plaats van dat ik zat te kniezen om toch niet af te zeggen. Ook had ik geleerd om op een andere manier naar mijn lichaam te kijken. Waar ik eerst mijn vrouwelijke vormen negeerde en ze op zich wel ‘ok’ vond, was ik nu trots op mijn lichaam.

HET PLANNEN VAN EEN EETBUI

Hoewel ik met enorm veel nieuwe energie en inzichten mij weer stortte in het dagelijks leven, bleek de praktijk van alle dag weerbarstig. Ik kreeg weer eetbuien, al gelukkig maar één keer per week. Ik bleek hoe dan ook nog niet klaar om definitief afscheid te nemen van mijn eetprobleem. Hoe verder de tijd echter vorderde, hoe minder eetbuien ik had. De nazorg hielp mij daarbij. De zin die mij daarbij het meest is bijgebleven en mij een enorme boost gaf in het voorgoed afscheid nemen van mijn eetprobleem was: wat nu als je je (inmiddels) tweewekelijkse eetbui eens gaat plannen?
Ik stond perplex. Een eetbui plannen? Dat is toch juist wat een behandelaar níet moest zeggen? Het bleek echter het toverwoord te zijn. Het stiekeme was er vanaf en derhalve de haat-liefde verhouding die ik er altijd mee had. De eetbui was niet meer met spanning omkleed, dus kon ik niet meer uitkijken naar een eetbui. De frequentie eetbuien daalde snel tot zo’n één keer per maand.

IK WORD GEZIEN!

Vervolgens gebeurde er in mei vorig jaar iets wat mij een even grote zet en misschien wel de laatste zet in de goede richting gaf, namelijk het ontmoeten van mijn grote liefde. Ineens voelde ik mijn hart, mijn gevoelens die als een ontloken bloem de wijde wereld in vlogen. Ik werd gezien, en niet alleen als de rationele Iris maar nu ook als de Iris met gevoel. Mijn eetbuien leken daarmee definitief hun functie te hebben verloren.
Nu, bijna een jaar na beëindiging van de behandeling in de kliniek, kan ik zeggen dat ik echt eetbuivrij ben. Uiteraard, ik let op mijn eten en zal ook altijd iets meer op mijn figuur letten dan iemand anders van mijn leeftijd, maar een eetbui bestaat nu niet meer in mijn leven.
Welnu, wat is er nu, een jaar later, uiteindelijk voor mijn eetprobleem in de plaats gekomen?

CREATIVITEIT & EMOTIE

Eigenlijk is daar maar één woord voor: gevoel, in de breedste zin des woords. Ik ervaar het vooral in de vorm van creativiteit. Ik, die doorgaans geduid werd als een creatief iemand laat deze kant nu ook ten volle zien. Ik heb onderhand een boek (autobiografie) geschreven, schrijf korte verhalen en houd mij bezig met fotografie. Ook kijk ik met veel genoegen films en luister muziek. Hoe vanzelfsprekend die bezigheden ook lijken, zeker muziek en film, ik keek er nooit bewust naar. Nu wel, en wat een genot! Ook reizen, na eetbuien en sporten mijn grootste hobby, beleef ik nu veel intenser.
Gevoel toont zich helaas ook weleens op een minder prettige manier. Hoewel ik empathisch ben, en daarmee mij compleet in een ander kan verplaatsen, kan ik tevens helemaal opgaan in mijn eigen gevoelens. Deze zijn helaas soms ook negatief van aard. Gevoelens overvallen mij af en toe dusdanig dat ik -voor even- het contact met de werkelijkheid verlies. Nadien kom ik weer bij, maar ik ervaar nog onvoldoende grip op waarom ik soms boos en/of verdrietig ben. Hiervoor ga ik in therapie binnenkort. Hierbij zullen tevens thema’s zoals mijn nog immer aanwezige perfectionisme en moeite met gezag aan bod komen.

IK HEB MIJN VRIJHEID TERUG!

En hoe het nu met mijn been is? Ik vond uiteindelijk een goede fysiotherapeut en ben dan ook hersteld. Althans, behalve hardlopen kan ik elke andere sport beoefenen. Op die manier gaf mijn fysiotherapeut mij niet alleen mijn been en sporten terug, maar ook mijn vrijheid; vrijheid om te bewegen, te gaan en staan waar ik wil, iets wat ik in figuurlijke zin ook uit de kliniek had geleerd. Ik ben mijn fysiotherapeut, alsook mijn behandelaren uit de kliniek voorts heel erg dankbaar voor hun hulp. En natuurlijk dank ik ook mijn familie, vrienden en geliefde, die mij door dik en dun hebben gesteund. Ik heb mijn vrijheid en daarmee mijn leven terug. Wat is er mooier dan dat?

Menu